persoonlijke ontwikkeling
Wanneer ik terugblik op de voorbije vier jaar, merk ik dat mijn ontwikkeling veel verder gaat dan het behalen van studiepunten of het aanleren van verpleegkundige vaardigheden. De opleiding verpleegkunde heeft mij niet alleen gevormd tot een toekomstige zorgverlener, maar heeft ook een grote invloed gehad op wie ik vandaag ben als persoon. Als ik mezelf vergelijk met de student die op de introductiedag van het eerste deeltraject de opleiding binnenstapte, zie ik iemand die nieuwsgierig was, maar tegelijkertijd onzeker en zoekende naar zijn plaats binnen de zorg. Vandaag kijk ik terug op een traject waarin ik gegroeid ben in zelfvertrouwen, zelfstandigheid, verantwoordelijkheid en zelfkennis.
Tijdens mijn eerste jaar voelde alles nieuw aan. Ik had nauwelijks kennis van verpleegkunde en wist niet goed wat ik kon verwachten van stages of het werkveld. De eerste stagedagen gingen gepaard met veel spanning. Ik was bang om fouten te maken, bang om iets verkeerd te zeggen tegen patiënten en onzeker over mijn eigen kunnen. De verantwoordelijkheid die verpleegkundigen dragen maakte indruk op mij en zorgde ervoor dat ik voortdurend twijfelde of ik wel geschikt was voor deze opleiding.
Een eerste echt kantelmoment kwam er tijdens de eerste examenperiode. Voor het eerst werd ik geconfronteerd met de vraag of ik deze opleiding wel aankon. De examens zorgden voor stress en onzekerheid. Ik twijfelde regelmatig aan mezelf en vroeg me af of ik wel voldoende kennis had opgebouwd. Toen de resultaten uiteindelijk bekend waren en positief bleken te zijn, voelde ik niet alleen opluchting, maar ook vertrouwen. Voor het eerst had ik het gevoel dat ik mijn plaats binnen deze opleiding verdiende. Bovendien ontwikkelde ik tijdens die periode een studiemethode die mij gedurende de volgende jaren zou blijven ondersteunen
Die onzekerheid kwam vooral naar voren tijdens mijn eerste stage-ervaringen. Na een stagedag kwam ik vaak uitgeput thuis. Niet alleen fysiek, maar ook mentaal. Alles vroeg energie: nieuwe technieken, nieuwe situaties, nieuwe mensen en een volledig onbekende omgeving. Toch voelde ik tegelijkertijd een groeiende interesse voor het beroep. De praktijklessen op school maakten veel indruk op mij. Ik herinner mij nog hoe moeilijk zelfs eenvoudige handelingen in het begin leken. Een bed correct opmaken, parameters opnemen of een zorgmoment voorbereiden vroeg veel concentratie. Wat toen onmogelijk leek, werd geleidelijk vanzelfsprekend. Wanneer ik vandaag terugdenk aan die eerste praktijklessen en dit vergelijk met de complexe handelingen die ik tijdens mijn laatste stages mocht uitvoeren, zie ik hoeveel ik gegroeid ben. Elke nieuwe techniek die ik leerde voelde als een stap dichter bij het beroep waarvoor ik gekozen had. Die eerste succeservaringen waren belangrijk voor mijn verdere ontwikkeling.
Mijn eerste stage vond plaats op een revalidatiedienst in het UZ Brussel. Hoewel ik met veel zenuwen aan deze stage begon, kijk ik hier met een positief gevoel op terug. Het was mijn eerste echte kennismaking met de zorgsector en alles was nieuw. Gelukkig kwam ik terecht in een team dat begrip had voor het feit dat ik nog maar een eerstejaarsstudent was. Ze namen de tijd om zaken uit te leggen, ondersteunden mij wanneer iets niet lukte en gaven mij het vertrouwen om nieuwe dingen uit te proberen. Toch bleef ik vaak streng voor mezelf. Wanneer ik fouten maakte of iets niet onmiddellijk lukte, kon ik daar lang over blijven nadenken. Een moment dat mij altijd zal bijblijven, was mijn laatste stagedag. Een patiënt die ik dagelijks verzorgde vertelde mij hoe fijn hij de zorg en gesprekken had ervaren. Voor het eerst besefte ik dat verpleegkunde niet alleen draait om technische handelingen, maar ook om aanwezig zijn voor iemand. Dat gaf mij veel voldoening en versterkte mijn motivatie om verder te groeien binnen de opleiding. Het was een klein moment, maar achteraf gezien één van de eerste keren dat ik voelde welke impact een verpleegkundige kan hebben op het leven van een patiënt.
Ook buiten de opleiding begon ik mezelf beter te leren kennen. Mijn deelname aan het studentenleven en de studentenkring speelde hierin een belangrijke rol. Ik leerde nieuwe mensen kennen, werd socialer en kreeg meer vertrouwen in mezelf. Achteraf bekeken was dit minstens even belangrijk als wat ik tijdens de lessen leerde. Het zorgde ervoor dat ik mezelf durfde openstellen voor anderen en sterker werd in sociale situaties. Eigenschappen die later ook tijdens stages en in de omgang met patiënten van grote waarde bleken te zijn.
Later datzelfde jaar volgde mijn tweede stage op de dienst infectiologie van het UZ Brussel. Wanneer ik vandaag terugkijk op mijn volledige opleiding, beschouw ik deze stage als één van de belangrijkste ervaringen van mijn eerste jaar. Vanaf de eerste dag voelde ik mij welkom binnen het team. De verpleegkundigen namen de tijd om uitleg te geven, lieten mij stap voor stap groeien en gaven mij vertrouwen zonder mij te overweldigen. Voor iemand die nog vaak twijfelde aan zichzelf maakte dat een enorm verschil.
Ik merkte tijdens deze stage voor het eerst dat ik niet alleen kennis aan het opbouwen was, maar ook echt verpleegkundige vaardigheden ontwikkelde. Waar ik in het begin nog onzeker een patiëntenkamer binnenstapte, begon ik geleidelijk zelfstandiger te werken. Een moment dat mij bijzonder is bijgebleven, was mijn laatste stagedag. Toen slaagde ik erin om drie bloedafnames correct uit te voeren zonder één keer mis te prikken. Voor een ervaren verpleegkundige lijkt dat misschien vanzelfsprekend, maar voor mij voelde het als een bevestiging dat ik effectief vooruitgang boekte. Het was één van de eerste momenten waarop ik trots was op mezelf als student verpleegkunde. Daarnaast leerde ik op deze afdeling omgaan met emoties van patiënten. Ik ontdekte dat luisteren soms waardevoller is dan onmiddellijk antwoorden geven. Dat inzicht heeft later nog vaak zijn nut bewezen tijdens andere stages.
Misschien nog belangrijker dan de verpleegkundige vaardigheden was het gevoel dat deze stage mij gaf. Voor het eerst tijdens mijn opleiding dacht ik echt: “Ik zit niet in de verkeerde richting.” De combinatie van een ondersteunend team, interessante pathologieën en positieve ervaringen met patiënten zorgde ervoor dat mijn zelfvertrouwen aanzienlijk groeide. Achteraf bekeken werd hier een belangrijke basis gelegd voor de verpleegkundige die ik vandaag ben.
Tijdens de POP-opdrachten van het eerste jaar kreeg ik daarnaast de kans om bewuster stil te staan bij mijn eigen persoonlijkheid. Het kernkwadrant van Ofman hielp mij nadenken over mijn kwaliteiten, valkuilen, uitdagingen en allergieën. Voor het eerst werd ik geconfronteerd met het idee dat een kwaliteit ook een valkuil kan worden wanneer ze doorslaat. Mijn behoefte aan structuur en verantwoordelijkheid helpt mij vaak tijdens stages, maar kan er ook voor zorgen dat ik moeilijker omga met situaties die onverwacht verlopen. Dit inzicht heeft mij geholpen om kritischer naar mezelf te kijken. Ik begon beter te begrijpen waarom bepaalde situaties soms moeilijk verliepen en waarom ik soms gefrustreerd raakte wanneer anderen niet dezelfde werkhouding hadden als ik. Het was een eerste stap richting zelfreflectie, iets wat later een belangrijk onderdeel van mijn professionele ontwikkeling zou worden.
Het tweede jaar voelde anders aan. Er waren meer stages en minder lessen. Hierdoor kwam ik vaker in contact met de realiteit van de zorg. Waar het eerste jaar vooral draaide rond ontdekken, draaide het tweede jaar meer rond confronteren. Ik werd geconfronteerd met situaties die mijn kijk op de wereld veranderden.
Tijdens mijn stage pediatrie moest ik leren om mijn eigen voorkeuren en gevoelens opzij te zetten ten voordele van de patiënt. Pediatrie was niet meteen mijn favoriete werkdomein, maar juist daardoor leerde ik het belang van professionaliteit. Ik ontdekte dat goede zorg niet afhankelijk is van persoonlijke voorkeuren. Elke patiënt verdient dezelfde inzet, ongeacht mijn eigen interesses. In het begin vond ik bepaalde handelingen, zoals neusspoelingen bij jonge kinderen, moeilijk. Niet zozeer technisch, maar emotioneel. Het leek soms alsof ik het kind extra ongemak bezorgde en ik zag regelmatig bezorgde of afkeurende blikken van ouders. Dat maakte mij onzeker. Naarmate de stage vorderde, leerde ik beter uitleg geven aan ouders en kinderen en begreep ik dat goede zorg soms ook betekent dat je een onaangename maar noodzakelijke handeling moet uitvoeren. Tegen het einde van de stage voelde ik veel meer vertrouwen in mijn communicatie met zowel kinderen als ouders. De positieve reacties die ik kreeg, gaven mij extra motivatie.
Mijn sociale stage bij het CLB was een echte oogopener. Tijdens multidisciplinaire overlegmomenten werden verschillende dossiers rond kindermishandeling besproken. Ik herinner mij nog hoe hard dit binnenkwam. Voor het eerst besefte ik dat dergelijke situaties geen uitzonderingen zijn. Tot dan toe had ik een eerder beperkte kijk op gezondheidszorg, maar tijdens deze stage ontdekte ik hoe groot de invloed van sociale factoren is op gezondheid. Het besef dat zoveel kinderen slachtoffer zijn van geweld of verwaarlozing heeft mijn kijk op de samenleving veranderd. Het was een confronterende ervaring die mij bewuster maakte van de kwetsbaarheid van mensen en de verantwoordelijkheid die hulpverleners dragen.
Ook mijn psychiatrische stage zorgde voor een belangrijke verandering in mijn denken. Voor de stage had ik bepaalde vooroordelen en verwachtingen over psychiatrische patiënten. Door dagelijks met hen in contact te komen, begon ik hun situatie beter te begrijpen. Ik zag mensen achter de diagnoses. Een situatie die mij altijd zal bijblijven, was toen een patiënt agressief reageerde en mij zelfs een slag gaf. Op dat moment voelde ik vooral schrik en onbegrip. Achteraf leerde ik deze situatie anders bekijken. Ik besefte dat dit gedrag niet tegen mij als persoon gericht was, maar voortkwam uit de problematiek van de patiënt. Die ervaring heeft mijn empathie, veerkracht en professionele houding versterkt. Mijn aanvankelijke stress en onzekerheid maakten geleidelijk plaats voor begrip en respect.
Niet alle ervaringen waren positief. Mijn stage op heelkunde was wellicht de moeilijkste stage van mijn opleiding. Toch heeft net die negatieve ervaring mij veel geleerd. Ik kwam in contact met een manier van werken die niet overeenkwam met mijn eigen waarden. Hierdoor werd ik gedwongen na te denken over de verpleegkundige die ik zelf wilde worden. Soms leer je evenveel van slechte voorbeelden als van goede voorbeelden. Deze stage bevestigde voor mij dat respect, empathie en kwaliteitsvolle zorg voor iedere patiënt essentieel zijn. Ik besefte dat ik later nooit mijn standaarden wil verlagen, ongeacht de werkdruk of omstandigheden.
Persoonlijk groeide ik tijdens het tweede jaar minder zichtbaar dan tijdens het eerste jaar, maar mijn mensbeeld veranderde sterk. Ik leerde genuanceerder kijken naar patiënten, collega's en maatschappelijke problemen. Mijn ontwikkeling vond minder plaats aan de oppervlakte, maar eerder onder de grond, net zoals de wortels van een bamboeplant die verder groeien zonder dat dit onmiddellijk zichtbaar is.
Het derde jaar vormde een nieuw hoofdstuk. Ik begon het academiejaar met meer vertrouwen dan ooit tevoren, maar werd tegelijkertijd geconfronteerd met nieuwe uitdagingen. Door het grote aantal stages en de verminderde aanwezigheid op school verloor ik deels de vaste structuur waarop ik tijdens de eerste twee jaren kon terugvallen. Hierdoor moest ik leren om motivatie uit mezelf te halen.
Waar ik vroeger studeerde omdat examens eraan kwamen, moest ik nu leren verantwoordelijkheid nemen voor mijn eigen leerproces. Dat verliep niet altijd gemakkelijk. Er waren momenten waarop ik twijfelde aan mezelf en waarop de motivatie ver te zoeken was. Toch leerde ik juist tijdens deze moeilijke momenten hoe belangrijk zelfstandigheid is.
Mijn tweede stage op infectiologie in het UZ Brussel gaf mij opnieuw vertrouwen. Ik merkte dat ik veel sterker stond dan tijdens mijn eerste stage op dezelfde afdeling. Ik kon verbanden leggen tussen theorie en praktijk, werkte zelfstandiger en voelde me meer op mijn plaats binnen het team. Het contrast met mijn eerste jaar maakte duidelijk hoeveel ik ondertussen gegroeid was. Waar ik vroeger vooral begeleiding nodig had, kreeg ik nu vertrouwen om zelfstandig te handelen.
Een andere ervaring die mij sterk heeft gevormd, was de leerwerkplaats. Vanaf het begin werd er veel verantwoordelijkheid verwacht. Ik had mezelf opgegeven om de planning van de studenten mee op te stellen. Wat aanvankelijk een eenvoudige taak leek, bleek veel complexer dan verwacht. Ik moest rekening houden met verschillende studenten, verwachtingen en praktische beperkingen. Hierdoor groeide ik sterk in organisatievermogen en verantwoordelijkheid.
Tijdens dezelfde stage kreeg ik ook te maken met kritiek die mijn zelfvertrouwen tijdelijk aantastte. Ik had het gevoel dat één verpleegkundige voortdurend focuste op kleine details en fouten. Daardoor begon ik aan mezelf te twijfelen. Wat deze situatie voor mij bijzonder maakt, is niet de kritiek zelf, maar hoe ik ermee ben omgegaan. Waar ik vroeger waarschijnlijk gezwegen zou hebben, besloot ik tijdens mijn tussentijdse evaluatie mijn gevoelens bespreekbaar te maken. Dat moment toont voor mij misschien wel het best hoe sterk ik gegroeid ben in assertiviteit. Ik durfde opkomen voor mezelf zonder respect te verliezen voor de ander. Uiteindelijk verliep de stage veel beter zodra ik meer zelfstandig mocht werken. Achteraf gezien was dit één van de meest leerrijke stages van mijn opleiding, omdat ik er niet alleen verpleegkundig, maar ook persoonlijk enorm gegroeid ben.
Wanneer ik vandaag terugkijk op mijn persoonlijke ontwikkeling, zie ik geen rechte lijn. Ik zie een traject met twijfels, successen, moeilijke momenten, nieuwe inzichten en waardevolle ontmoetingen. Wat gedurende de vier jaar echter constant is gebleven, zijn de mensen rondom mij. Mijn vrienden binnen de opleiding hebben een enorme rol gespeeld in mijn ontwikkeling. We motiveerden elkaar, hielpen elkaar tijdens moeilijke periodes en vierden samen successen. Veel van mijn groei als persoon is mee mogelijk gemaakt door deze vriendschappen.
Vandaag ben ik nog steeds dezelfde persoon als vier jaar geleden, maar tegelijkertijd ook helemaal niet meer. Ik ben zelfverzekerder geworden, zelfstandiger, kritischer en veerkrachtiger. Ik durf mijn mening te geven, durf fouten toe te geven en durf hulp te vragen wanneer dat nodig is. De voorbije vier jaar hebben mij geleerd dat groeien niet betekent dat onzekerheden verdwijnen, maar wel dat je leert omgaan met die onzekerheden. Net zoals een bamboeplant eerst jarenlang onzichtbaar groeit voordat ze zichtbaar boven de grond uitkomt, heb ik gedurende deze opleiding een stevige basis opgebouwd waarop ik vandaag verder kan bouwen.
Het vierde jaar voelde voor mij als de laatste stap in een traject dat vier jaar eerder begonnen was. In vergelijking met de voorgaande jaren waren er minder lessen op school, maar daar stonden veel opdrachten, stages en verantwoordelijkheden tegenover. Hoewel ik het contact met medestudenten en de vaste structuur van de lessen soms miste, heeft dit jaar mij ook geleerd om nog zelfstandiger te werken. Er werd verwacht dat we meer initiatief namen, onze eigen planning beheerden en zelf op zoek gingen naar kennis wanneer dat nodig was. In het begin vond ik dit niet altijd gemakkelijk. Door de verminderde aanwezigheid op school was het soms moeilijker om dezelfde motivatie vast te houden als tijdens de eerste jaren. Tegelijkertijd besef ik nu dat deze grotere autonomie een goede voorbereiding was op het werkleven als verpleegkundige, waar niemand voortdurend zal controleren of je voldoende leert of voorbereid bent.
De grootste groei tijdens dit laatste jaar vond plaats tijdens mijn stage op de spoedgevallendienst van het UZ Brussel. Vanaf de eerste dag voelde ik dat deze stage anders was dan alle voorgaande stages. Er werd veel verwacht, zowel op vlak van theoretische kennis als op vlak van klinisch redeneren, zelfstandigheid en initiatief nemen. Waar ik tijdens eerdere stages vaak nog kon terugvallen op begeleiding, werd hier verwacht dat ik actief meedacht, verbanden legde tussen symptomen en pathologieën en snel kon handelen in veranderende situaties.
In het begin was dit confronterend. Ik merkte dat ik nog veel te leren had en dat de verwachtingen hoger lagen dan wat ik tot dan toe gewoon was. Toch zorgde net die uitdaging ervoor dat ik enorm groeide. Voor het eerst tijdens mijn opleiding begon ik niet meer te studeren omdat het moest voor een examen of evaluatie, maar omdat ik zelf beter wilde worden. Na een stagedag zocht ik thuis opnieuw zaken op, las ik bij over ziektebeelden en probeerde ik beter te begrijpen waarom bepaalde beslissingen genomen werden. Die intrinsieke motivatie had ik in die mate nog niet eerder ervaren tijdens de opleiding.
Wat deze stage voor mij zo bijzonder maakte, was het gevoel dat alles wat ik de voorbije jaren geleerd had eindelijk samenkwam. De kennis uit de lessen, de ervaringen van eerdere stages en de vaardigheden die ik doorheen de opleiding had opgebouwd, kwamen hier allemaal samen in de praktijk. Natuurlijk maakte ik nog fouten en waren er momenten van twijfel, maar voor het eerst voelde ik mij echt klaar om de stap naar het werkveld te zetten. Deze stage gaf mij niet alleen extra kennis en ervaring, maar vooral het vertrouwen dat ik in staat ben om als verpleegkundige verantwoordelijkheid op te nemen.
Momenteel loop ik stage bij de brandweer, een ervaring die opnieuw mijn blik op de gezondheidszorg verruimt. Door deze stage ben ik anders gaan kijken naar de organisatie van de zorg en de samenwerking tussen verschillende hulpdiensten. Ik begrijp beter hoe het systeem werkt, maar zie ook waar de moeilijkheden en beperkingen liggen. Deze ervaring heeft mij doen inzien dat goede zorg niet alleen afhangt van individuele zorgverleners, maar ook van de manier waarop het volledige zorgsysteem georganiseerd is. Het heeft mij kritischer leren nadenken over de uitdagingen waarmee de gezondheidszorg vandaag geconfronteerd wordt.
Wanneer ik terugkijk op mijn vierde jaar, besef ik dat ik niet alleen gegroeid ben in kennis en vaardigheden, maar vooral in vertrouwen. De onzekere student die vier jaar geleden bang was om fouten te maken en zich afvroeg of hij wel geschikt was voor verpleegkunde, heeft plaatsgemaakt voor iemand die nog steeds wil blijven leren, maar die ook gelooft in zijn eigen capaciteiten. Dat vertrouwen is misschien wel de grootste persoonlijke groei die ik tijdens deze opleiding heb doorgemaakt.
Maak jouw eigen website met JouwWeb